Willem-Alexander en ‘zijn’ eilanden: een koning met veel kennis, maar zonder macht

· - leestijd 6 minuten
Afbeelding

LEIDEN - Koning Willem-Alexander wordt op de Caribische eilanden mede zo warm ontvangen omdat het koningshuis daar wordt gezien als tegenwicht tegen Den Haag. Dat is een van de opvallendste conclusies uit nieuw historisch onderzoek naar de koloniale rol van Oranje. De uitkomst krijgt extra betekenis nu Curaçao zestien jaar na 10-10-10 leeft met de staatkundige werkelijkheid die toen ontstond: het eiland werd een zelfstandig land binnen het Koninkrijk, maar de verhouding met Nederland bleef regelmatig onderwerp van discussie.


Toen Willem-Alexander in 1987 voor het eerst met zijn ouders naar de Nederlandse Antillen en Aruba reisde, was hij twintig jaar oud. Nederland dacht op dat moment nog serieus na over een toekomst waarin de eilanden uiteindelijk onafhankelijk zouden worden.

De jonge kroonprins dacht daar kennelijk anders over. Tijdens die reis verklaarde hij tegenover de pers dat de Antillianen voorlopig „echt geen onafhankelijkheid” wilden.

Bijna veertig jaar later is die uitspraak opmerkelijk actueel. De Nederlandse Antillen bestaan niet meer, Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn afzonderlijke landen binnen het Koninkrijk geworden en Bonaire, Sint Eustatius en Saba behoren tot Nederland. Maar onafhankelijk werd geen van de zes eilanden.

En Willem-Alexander bleef komen.

Dat beeld komt naar voren uit het nieuwe onderzoek naar de koloniale geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau, dat de koning zelf in 2022 liet beginnen. Historicus Gert Oostindie vat de resultaten samen in Oranje en de koloniën, 1600-2025. De onderzoekers kregen daarbij ook toegang tot koninklijke archieven.

Het levert een bijzonder beeld op van Willem-Alexanders verhouding met het Caribische Koninkrijk: persoonlijk dichtbij, politiek vrijwel machteloos en belast met een geschiedenis waarin juist zijn familie eeuwenlang werd gebruikt om koloniale verbondenheid te creëren.

Van kroonprins tot staatshoofd

Willem-Alexanders eerste reis in 1987 was meteen politiek geladen.

De dansende prins Willem-Alexander tijdens de finale-avond van het Tumba-festival in 1987
De dansende prins Willem-Alexander tijdens de finale-avond van het Tumba-festival in 1987

Zijn moeder Beatrix stond toen tegenover een Haagse politiek die lange tijd aanstuurde op beëindiging van de staatkundige band met de Antillen. Zelf voelde zij weinig voor het opleggen van onafhankelijkheid.

Tijdens haar bezoek werd daarom vooral de eenheid benadrukt. In een toespraak stond: „Zelfstandigheid binnen de eenheid van het Koninkrijk, ziedaar de kern van het tegenwoordige bestel.”

Prins Claus verklaarde vervolgens dat het bezoek ook aan buurland Venezuela duidelijk had gemaakt dat Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba „een eenheid zijn”. Willem-Alexander ging nog iets verder met zijn constatering dat de Antillianen „echt geen onafhankelijkheid” wilden.

Het zou het begin worden van een lange persoonlijke geschiedenis met de eilanden.

In 2002 keerde hij terug, voor het eerst samen met Máxima, met wie hij dat jaar was getrouwd. Een volgende symbolische datum volgde op 10 oktober 2010. Op Curaçao waren Willem-Alexander en Máxima aanwezig als vertegenwoordigers van koningin Beatrix toen de Nederlandse Antillen officieel werden opgeheven.

Dertien jaar later herhaalde zich een koninklijk ritueel. Nu waren Willem-Alexander en Máxima zelf koning en koningin en namen zij kroonprinses Amalia mee voor haar eerste kennismaking met alle zes eilanden.

Oostindie spreekt in zijn boek zelfs over de geregelde bezoeken van Willem-Alexander aan „zijn” Caribische eilanden.

Amalia voor het eerst op Curaçao (2023)
Amalia voor het eerst op Curaçao (2023)

Meer weten, minder kunnen

Daarmee is tegelijk een van de interessantste conclusies van het onderzoek zichtbaar. De koning weet veel. Volgens Oostindie wordt Willem-Alexander door zijn staf nauwgezet bijgepraat over de Koninkrijksrelaties, koloniale erfenissen en ontwikkelingen op de eilanden. Dat staat in scherp contrast met sommige van zijn voorgangers.

Oostindie vat die historische omkering kernachtig samen: koning Willem II had in de negentiende eeuw nog veel te zeggen over de koloniën, maar klaagde dat hij er weinig van wist. Willem-Alexander is uitstekend geïnformeerd, maar bezit vrijwel geen politieke macht meer.

Dat verschil is wezenlijk. De moderne koning kan luisteren, vragen stellen, waarschuwen en symboliek bedrijven, maar het Koninkrijksbeleid wordt bepaald door regeringen en parlementen. Voor zijn moeder Beatrix gold dat al. Toch blijkt uit haar privé-aantekeningen hoe intensief een staatshoofd zich achter de schermen met de eilanden kan bezighouden.

Beatrix schreef over het uiteenvallen van de Antillen, „Makamba-haat”, bestuurlijke problemen en „de vele crises op Curaçao”. In 2010 vond zij het „zorgelijk” dat PAR wel de grootste partij op Curaçao was geworden, maar buiten de regering bleef toen de coalitie onder Gerrit Schotte tot stand kwam.

Bij Willem-Alexander laat het gepubliceerde onderzoek veel minder van zulke scherpe persoonlijke politieke observaties zien. Zijn rol wordt vooral zichtbaar in bezoeken, toespraken en steeds nadrukkelijker ook in de omgang met het koloniale verleden.

Een ongemakkelijke erfenis

Want de warmte tussen Oranje en de eilanden kent een keerzijde. Die band is niet vanzelf ontstaan. Het Nederlandse koloniale bestuur zette het Huis Oranje-Nassau volgens Oostindie bewust in om verbondenheid met Nederland te creëren. Kerken, ambtenaren, leger en onderwijs werden door hem de „leerscholen van Oranje” genoemd. Ook Curaçao speelde daarin een rol.

Toen in 1863 de slavernij werd afgeschaft, werd die vrijheid aan de bevolking gepresenteerd als een geschenk van koning Willem III. In Willemstad zongen pas vrijgemaakte mensen in het Papiaments een danklied voor de koning.

Historisch klopte dat beeld niet. Willem III had zich volgens Oostindie niet ingezet voor de afschaffing. Zijn betrokkenheid bestond in wezen uit het ondertekenen van de wet.

Toch hield het beeld lang stand. In 1888 werd bij Fort Amsterdam op Curaçao zelfs een plaquette aangebracht ter ere van Willem III, afkomstig van een „vrij en dankbaar volk”.

Die koloniale Oranjeverering verdween niet volledig toen de eilanden autonomie kregen. Juliana werd in 1955 en 1965 uitbundig ontvangen. Beatrix bezocht de eilanden tientallen keren. Daarna kwamen Willem-Alexander en Máxima en inmiddels ook Amalia.

Oostindie waarschuwt ervoor die populariteit uitsluitend te zien als een overblijfsel van koloniale indoctrinatie. Daarvoor is de huidige verhouding te ingewikkeld.

Wel de koning, niet altijd Nederland

Onderzoek waarnaar Oostindie verwijst, laat een opvallende tegenstelling zien. Veel inwoners van de eilanden voelen relatief weinig culturele verwantschap met Europees Nederland. Zij vinden bovendien dat Nederlanders vaak weinig weten van de Caribische samenleving en onvoldoende respect tonen voor de eigen taal en cultuur.

Maar voor het staatshoofd wordt een uitzondering gemaakt. De waardering voor Beatrix en later Willem-Alexander bleef hoog. Volgens Oostindie wordt het koningschap sinds Beatrix juist geassocieerd met een vorm van belangstelling en betrokkenheid die veel eilandbewoners bij Nederland zelf missen.

Koningin Beatrix en kroonprins Willem Alexander in 2011 op Curaçao
Koningin Beatrix en kroonprins Willem Alexander in 2011 op Curaçao

Dat maakt de relatie bijna paradoxaal. Het Huis Oranje-Nassau belichaamde eeuwenlang het koloniale gezag. Tegelijk is juist de koning in het huidige Koninkrijk een van de weinige Nederlandse instituties die op de eilanden structureel op zichtbare persoonlijke sympathie kan rekenen.

Ook het voortbestaan van het Koninkrijk zelf heeft volgens Oostindie vooral praktische oorzaken. De eilanden zien voordelen in bescherming van de rechtsstaat en tegen buitenlandse bedreigingen, economische ondersteuning en het Nederlandse staatsburgerschap met het recht zich in Europees Nederland te vestigen.

Die keuze betekent niet automatisch dat men zich Nederlander in Europese culturele zin voelt. En evenmin dat het koloniale verleden wordt vergeten.

De koning die excuses maakte

Juist daar heeft Willem-Alexander zijn eigen stempel op het koningschap gezet. Geen Nederlandse vorst heeft zo openlijk afstand genomen van onderdelen van het koloniale verleden. Al als kroonprins sprak hij in 2002 in Ghana „diepe spijt” uit over de Nederlandse rol in de trans-Atlantische slavenhandel. In 2020 bood hij in Indonesië excuses aan voor extreem Nederlands geweld tijdens de onafhankelijkheidsoorlog.

Op 1 juli 2023 volgden de excuses voor het slavernijverleden.

Excuses op het Brionplein
Excuses op het Brionplein

Daar bleef hij niet bij. Willem-Alexander vroeg ook persoonlijk om vergiffenis voor het feit dat zijn voorouders binnen het Huis Oranje-Nassau niet tegen de slavernij waren opgetreden. Volgens Oostindie gaf juist dat persoonlijke element zijn woorden een betekenis die verder ging dan het regeringsstandpunt.

Die geschiedenis raakt de eilanden rechtstreeks.

Curaçao herdenkt de slavernij inmiddels veel nadrukkelijker vanuit het eigen perspectief. Niet Willem III en 1 juli staan daarbij centraal, maar onder meer 17 augustus, de dag waarop in 1795 de grote slavenopstand onder leiding van Tula begon.

De verschuiving is veelzeggend: van dankbaarheid aan de koning die zogenaamd de vrijheid schonk, naar herdenking van degenen die zelf voor vrijheid vochten.

Amalia

En toch blijft Oranje. Misschien was daarom het bezoek van Amalia in 2023 meer dan een kennismakingsreis van een kroonprinses.

Willem-Alexander deed met zijn dochter wat zijn moeder in 1987 met hem had gedaan: de volgende generatie voorstellen aan het Caribische deel van het Koninkrijk. Er zit bijna vier eeuwen geschiedenis tussen.

Van koloniale bestuurders die Oranje gebruikten om onderdanigheid en eenheid uit te dragen, via Willem III die ten onrechte de rol van bevrijder kreeg, tot Beatrix die zich verzette tegen het afdwingen van onafhankelijkheid en Willem-Alexander die namens dezelfde dynastie excuses vroeg voor het slavernijverleden.

Prinses Amalia op weg van Aruba naar Curaçao bij de Marine
Prinses Amalia op weg van Aruba naar Curaçao bij de Marine(Foto: Tim van Dijk)

Oostindies conclusie is daarom niet dat de oude Oranjegezindheid simpelweg is blijven bestaan. De verhouding is veranderd.

Het koloniale idee van één vanzelfsprekende gemeenschap onder Oranje noemt hij uiteindelijk een project én een fantasie. De onafhankelijkheid van Indonesië en Suriname maakte daar een einde aan. Maar op de zes Caribische eilanden bleef de koning staatshoofd.

Daar staat Willem-Alexander nu voor een merkwaardige historische opdracht: hij moet de verbondenheid symboliseren met samenlevingen waarvan hij tegelijkertijd erkent dat zijn eigen familie deel uitmaakt van hun koloniale geschiedenis.

Misschien verklaart juist dat waarom de tegenstelling op de eilanden zo lang kan blijven bestaan. Afstand tot Nederland en toch genegenheid voor Oranje. Kritiek op het Koninkrijk en toch geen onafhankelijkheid. Een koning zonder politieke macht, die niettemin een van de zichtbaarste schakels tussen de eilanden en Nederland blijft.

Na bijna veertig jaar kent Willem-Alexander die paradox inmiddels uit eigen ervaring.


337 keer gelezen

Deel dit artikel: